Voorwoord

Kaft202002

Ik mag vandaag verhopen u in goede gezondheid aan te treffen. Dat u dit leest is op zich al geruststellend, want Covid-19 (SARS-CoV-2) verlaat ons wellicht nimmer meer. En dat nieuw Corona-virus zal ook de activiteiten van het 98-jarige Verbond zeer sterk bepalen. De ouderdom lijkt al een waarschuwing, maar nog veel concreter is de leeftijd van zijn dierbare trouwe leden. Ongetwijfeld wordt het voor velen van ons wachten op het bevrijdende vaccin. Midden 2021? Laat ons duimen, want in 2022 hebben we een eeuwfeest te vieren. Herinner je de tweeën en nullen waar ik eind vorig jaar naar verwees.

Hadden we geluk op 22.02.2020 (let op de cijfers) toen we in Gent “Van Eyck” bezochten en ’s avonds na de ledenvergadering lekker bijeen, heerlijk konden tafelen te Destelbergen, mijn quarantaineplek. Het lijkt wel een eeuwigheid geleden. De unieke werken van de grootste Vlaamse primitief zijn alweer over de wereld verspreid. En de activiteit van mei in het Letterenhuis en de Handelsbeurs te Antwerpen is tot later uitgesteld. Toch werd ook in deze periode van lockdown de actualiteit strikt gevolgd. Tweemaal kwamen we tussen beide.

Eind maart al werd een brief verstuurd naar alle decanen Faculteit Geneeskunde om hen in kennis te stellen dat VAV de eisen van de Vlaamse geneesheer-assistenten in opleiding geformuleerd in een open brief van hun ledenorganisatie VASO onder de titel, “Midden in Coronacrisis dreigt men arts-specialisten in opleiding niet te betalen” voor 100 % steunt. De overweging om artsen in opleiding ‘technisch werkloos’ te maken en de uitbetaling van hun loon op te schorten is totaal in strijd met de deontologie.

Later in de tweede helft van april steunden we het initiatief van het Doktersgild Van Helmont rond

de zogenaamde contact-tracing.

Gezondheidszorgbeleid, buiten de grondwettelijk ‘voorlopig’ federaal gehouden materies, is een gemeenschapsbevoegdheid, en niet het minste preventie. Preventieve opsporing van Corona-besmettingen door contactonderzoek en misschien in een latere tijd bij middel van “apps” behoort dus tot de bevoegdheid van de Gemeenschappen.

De stelling dat de zogenaamde contactopsporing van mensen met besmetting door nieuw Corona virus een regionale bevoegdheid zou zijn, die men in een federaal kader kan realiseren is onwettig. De Vlaamse Regering moest hier haar volle verantwoordelijkheid opnemen en zo  nodig opeisen, met name ook te Brussel. Zo’n 1.200 'contact-tracers' werden/worden gerekruteerd en opgeleid en de technische ondersteuning werd vervolgens operationeel door tussenkomst van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. En zo hoort het!

Iets heel anders nu, maar wel deels het gevolg van de pandemie. In het vorige nummer van Periodiek brachten we reeds onder de rubriek ‘Opinies’ een extern standpunt over bevoegdheidsoverdracht in zake gezondheidszorgbeleid. Logica is elk weldenkend mens eigen en dus valt het niet te verwonderen dat ook door anderen buiten het Vlaams Artsenverbond een samenvoeging van verwante bevoegdheidspakketten wenselijk wordt geacht. Helemaal nieuw en onverwacht is het standpunt van Prof. De Maeseneer zeker niet en recent bevestigt hij de noodzaak van regionalisering in een artikel waarin hij verwijst naar Italië. Citaat: ‘De eerste les is ongetwijfeld de nood aan een herexamen voor de zesde staatshervorming wat de gezondheidszorg betreft. In Italië zijn alle voorzieningen (preventie, zorg in eerste lijn en ziekenhuizen, volksgezondheid, dataverzameling…) afgestemd en gecoördineerd op het niveau van de regio’s.’ Inzake de verdere decentralisering van de gezondheidszorg zijn we dus alvast bondgenoten.

Het blijft voor ons echter duidelijk dat zijn voorstel om meteen in België vier (sic) evenwaardige regio’s deze bevoegdheden te geven onaanvaardbaar is. Het concept van gemeenschapsbevoegdheid over alle persoonsgebonden materies moet behouden blijven. Dit garandeert immers als enige de belangen van de Vlamingen in het Brusselse Gewest. Het voorbeeld van beleidsverantwoordelijkheid voor de kinderbijslag door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie te Brussel, zoals in de zesde staatshervorming ingevoerd, ook op de gezondheidszorg toepassen, zal voor de Nederlandstaligen in het Brusselse verstrekkende minoriserende en dus onaanvaardbare gevolgen hebben. Ook nu al wordt immers, ondanks alle wetgeving ter bescherming van deze groep Vlamingen, de taalwetgeving danig overtreden.

Ik hou het hierbij en wens elkeen veel leesgenot in deze tweede Periodiek van 2020. Er volgen er in deze vorm in elk geval nog twee. Wat later komt, zal in een volgend nummer worden gebracht. De beslissingen van de algemene vergadering moeten immers nog verder concreet worden uitgewerkt. De raad van bestuur komt voor het najaar zeker niet meer bijeen wegens de corona-crisis, daar nagenoeg elk bestuurslid, al was het maar om leeftijdsredenen, grote risico’s bij besmetting loopt. En uitgerekend diezelfde leeftijdsfactor maakt elektronisch vergaderen zeer moeilijk. Gelukkig loopt elektronische communicatie via e-post uitstekend, maar een definitieve en optimale uitwerking van de publicatievorm van Periodiek, die ook de niet elektronisch actieve leden bedient met een vorm van papieren versie, kan maar na echt persoonlijk overleg.

Eén garantie: we werken eraan.

Destelbergen, 10 mei 2020

Geert Debruyne, voorzitter

 
Plaats reactie


Aanvullende gegevens

Met dank aan onze sponsors.